Jou of jouw / u of uw?

Er lijkt vandaag de dag steeds vaker verwarring te ontstaan bij het gebruik van bezittelijke voornaamwoorden en persoonlijke voornaamwoorden. En dan met name bij de woorden jou(w) en u(w).

Is dat jou/jouw buurman?
Mijn oog viel direct op u/uw.

Persoonlijk voornaamwoord

Persoonlijke voornaamwoorden verwijzen (doorgaans) naar een persoon of ander levend wezen: ik, jij, hij, zij, u, wij, jullie, mij, jou, hem, haar, ons, hen. In sommige gevallen is het woord ‘hun’ ook een persoonlijk voornaamwoord.

Ik zal jou aanmelden voor de bijeenkomst.
Gaat u met de auto op vakantie?

Bezittelijk voornaamwoord

Bezittelijke voornaamwoorden geven aan wie de eigenaar/maker is van het woord dat erachter staat: mijn, jouw, zijn, haar, ons/onze, jullie, hun. Daarnaast kennen we nog de zelfstandige vormen zoals: de mijne, het uwe, etc.

Wij maken graag gebruik van uw aanbod.
Is deze auto van jou of van jouw vader?

Jou of jouw en u of uw

Twijfel je nog?

Tip 1:

Wanneer je echt niet weet of je nu jou of jouw gebruikt, dan kun je dat in de meeste gevallen vervangen door ‘je’. Dit kan in beide situaties gebruikt worden, maar komt minder krachtig over.

Bijvoorbeeld:
“Wij maken graag gebruik van uw aanbod”   wordt   “Wij maken graag gebruik van je aanbod”
“Ik zal jou aanmelden voor de bijeenkomst”   wordt   “Ik zal je aanmelden voor de bijeenkomst”

Tip 2:

Verander de zin door ‘mij’/‘ik’ of ‘mijn’ te gebruiken. Dan hoor je veelal het verschil en weet je voor welke vorm je moet kiezen. Kun je in de aangepaste zin gebruik maken van ‘mij’ of ‘ik’, dan moet de originele zin geschreven worden met jou of u. Kun je in de aangepaste zin gebruik maken van ‘mijn’, dan moet de originele zin geschreven worden met jouw of uw.

Twee voorbeelden:

We veranderen voorbeeldzin 1 “Heb je jou(w) boek meegenomen?”:
“Heb je mij/ik boek meegenomen?” klopt niet
“Heb je mijn boek meegenomen?” klopt wel

Hier kun je uit opmaken dat voorbeeldzin 1 als volgt moet zijn: “Heb je jouw boek meegenomen?”

We veranderen voorbeeldzin 2 “Hopelijk gaat de overwinning naar jou(w)!”
“Hopelijk gaat de overwinning naar mijn!” klopt niet
“Hopelijk gaat de overwinning naar mij!” klopt wel

Hier kun je uit opmaken dat voorbeeldzin 2 als volgt moet zijn: “Hopelijk gaat de overwinning naar jou!”

U of uw met een hoofdletter?

Soms schrijven mensen U of Uw nog met een hoofdletter, maar dat is inmiddels erg verouderd. Tegenwoordig schrijf je u/uw alleen met een hoofdletter als je daarmee een persoon aanschrijft die het hoogste respect verdient. Schrijf je bijvoorbeeld aan God of aan de koning, dan mag je U (met een hoofdletter) gebruiken. Maar zelfs dan is dit niet meer verplicht!

De volgende keer zal ik het gebruik van hen/hun behandelen, hou dus mijn blog in de gaten!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *